Veroudering & weer

Door de inwerking van het weer en veroudering kan de kwaliteit van een gebouw langzaam achteruitgaan. Hierdoor kan uiteindelijk schade ontstaan. Het gaat hierbij om de gecombineerde effecten van temperatuurschommelingen, neerslag, wind en UV‑straling.

Temperatuurschommelingen kunnen leiden tot scheuren in metselwerk. Materialen zetten uit als ze warmer worden en krimpen als ze kouder worden. In gemetselde gebouwen worden tegenwoordig dilatatievoegen aangebracht zodat voldoende bewegingsruimte ontstaat en het ontstaan van thermische scheuren wordt voorkomen. Als er onvoldoende bewegingsruimte is om uit te zetten en te krimpen ontstaat scheurvorming. Thermische scheuren ontstaan vaak in lange aaneengesloten gemetselde muren en op hoeken van gebouwen.

Neerslag kan leiden tot achteruitgang van metselwerk en houtwerk en tot lekkages. Door een combinatie van vorst en neerslag kan vorstschade ontstaan. Incidenteel ontstaat stormschade. Hoe ouder de woning hoe langer het weer heeft kunnen inwerken en hoe groter de kans op schade. Door het tijdig uitvoeren van onderhoud kan schade worden voorkomen.