Schade

Door mijnbouwactiviteiten daalt de bodem waardoor schade kan ontstaan aan onder andere waterhuishouding, dijken, buitendijkse terreinen, landbouwpercelen en gebouwen. Er worden tal van maatregelen genomen om de schade aan landbouw en gebouwen door bodemdaling te voorkomen. Op de website van Commissie Bodemdaling staan de gerealiseerde maatregelen ter compensatie van de bodemdaling als gevolg van de gaswinning.

Met name in het Noordoosten van de provincie ontstaan aardbevingen door de gaswinning. Deze veroorzaken vooralsnog lichte schade aan gebouwen. Momenteel wordt onderzocht of zwaardere aardbevingen ook schade kunnen opleveren voor dijken, masten, pijpleidingen, industriële installaties, bruggen en viaducten. Mijnbouwbedrijven zijn wettelijk verplicht om schade als gevolg van hun activiteiten te vergoeden.

In de provincie Groningen zijn in een aantal gebieden meerdere mijnbouwbedrijven actief. Voor het vergoeden van schade hebben de mijnbouwbedrijven verschillende regelingen. Op de overzichtskaart kunt u zien welke maatschappij waar actief is.

Voor particulieren is vooral schade aan huizen of bedrijfsgebouwen relevant. Activiteiten van mijnbouw bedrijven zijn slechts één van de mogelijk oorzaken van gebouwschade. Uit onderzoek van TNO blijkt dat er meer dan 30 verschillende oorzaken zijn. In de onderstaande tabbladen vindt u hier meer informatie over. Meer achtergronden over mogelijke schade aan gebouwen als gevolg van bodemdaling door gaswinning vindt op de website van de Commissie Bodemdaling.

Een groot deel van de gebouwen bestaan uit metselwerk. Metselwerk kan drukkrachten goed opnemen, maar is minder goed bestand tegen trekkrachten. Waar de trekkracht te groot wordt, ontstaan scheuren in metselwerk. Om dit te voorkomen passen we tegenwoordig staal en gewapend beton toe om trekspanning op te nemen. In de bestaande gemetselde gebouwen ontstaan op de volgende plekken vaak te grote trekspanningen:

  • Boven ramen en deuren waar het metselwerk onvoldoende wordt ondersteund door een latei. Door het aanbrengen van een betonnen of stalen latei kan schade worden voorkomen.
  • In en boven gemetselde funderingen. Bij ongelijkmatige zetting van de ondergrond ontstaan trekkrachten in de fundering. Als de trekkrachten te groot worden ontstaan scheuren in de gemetselde fundering en vaak ook in de muur die op de fundering rust. Door gewapend betonnen funderingsstroken worden trekkrachten veel beter opgenomen en ontstaat er minder snel scheurvorming.

Veel gebouwen in  Groningen zijn  gefundeerd op slappe klei- en veenlagen. Door de belasting op de fundering worden de klei- en veenlagen samengedrukt. Huizen in Noordoost-Groningen met een strokenfundering kunnen tijdens de bouw al 5 tot 10 centimeter zakken. Als dit gelijkmatig over het gehele huis gebeurd, ontslaat er geen schade. Als er verschillen zijn in samendrukking kan wel scheurvorming optreden. Dit kan ontstaan door:

  • Verlaging van de grondwaterstand. Deze kan worden verlaagd door polderpeilverlaging, grondwateronttrekking of grote bomen nabij het gebouw. Schade zal over het algemeen optreden aan het eind van een zeer droge zomer of bij een tijdelijke grondwateronttrekking.
  • Gedeeltelijke onderkeldering: Doordat de gronddruk onder de kelder lager is dan onder de fundering en de keldervloer vaak dieper ligt dan de fundering, zakt de kelder minder dan de rest van het gebouw en ontstaan er scheuren op de aansluiting met de kelder.
  • Aanbouw/verbouwing: als een aanbouw later wordt gerealiseerd zal deze nog zakken terwijl het gebouw al gezakt is. Bij de aansluiting tussen gebouw en aanbouw ontstaan scheuren. Scheurvorming kan ook ontstaan als de aanbouw anders is gefundeerd.
  • Betonvloer op een zandbed: Dit type vloer wordt vaak gebruikt ter vervanging van een houten vloer. Door het extra gewicht van het zandbed en de betonvloer, zakt de vloer ten opzichte van de rest van het gebouw. Door de verzakking kan de vloer of kunnen de daarop aangebrachte tegels scheuren.

Veel gebouwen worden in de loop der tijd verbouwd. Zo’n verbouwing kan leiden tot een verandering van de krachten in de constructie. Dit kan aanleiding zijn voor het ontstaan van schade. Zo ontstaat bij een nieuwe aanbouw vaak scheurvorming op de overgang tussen het hoofdgebouw en de aanbouw. Dit kan komen omdat de aanbouw anders is gefundeerd dan de rest van het gebouw. Als de aanbouw later is gerealiseerd kan de aanbouw nog zakken ten opzichte van de rest van het gebouw. Bij verbouwingen kunnen zeer diverse schades optreden.

Door de inwerking van het weer en veroudering kan de kwaliteit van een gebouw langzaam achteruitgaan. Hierdoor kan uiteindelijk schade ontstaan. Het gaat hierbij om de gecombineerde effecten van temperatuurschommelingen, neerslag, wind en UV‑straling.

Temperatuurschommelingen kunnen leiden tot scheuren in metselwerk. Materialen zetten uit als ze warmer worden en krimpen als ze kouder worden. In gemetselde gebouwen worden tegenwoordig dilatatievoegen aangebracht zodat voldoende bewegingsruimte ontstaat en het ontstaan van thermische scheuren wordt voorkomen. Als er onvoldoende bewegingsruimte is om uit te zetten en te krimpen ontstaat scheurvorming. Thermische scheuren ontstaan vaak in lange aaneengesloten gemetselde muren en op hoeken van gebouwen.

Neerslag kan leiden tot achteruitgang van metselwerk en houtwerk en tot lekkages. Door een combinatie van vorst en neerslag kan vorstschade ontstaan. Incidenteel ontstaat stormschade. Hoe ouder de woning hoe langer het weer heeft kunnen inwerken en hoe groter de kans op schade. Door het tijdig uitvoeren van onderhoud kan schade worden voorkomen.

Naast de hier genoemde oorzaken kan schade aan gebouwen ontstaan door:

  • Trillingen door verkeer en heiwerkzaamheden
  • Spatkrachten vanuit de dakconstructie die de buitenmuren naar buiten drukken
  • Krimpscheuren in voegmateriaal, kalkzandsteen en beton (treedt op kort naar de bouw)
  • Schade door storm en bliksem
  • Overbelasting door overmatige regen- of sneeuwval